Dier gevonden en wat nu?

Hierbij wat algemene tips:

  • Breng hulpbehoevende vogels, egels, vleermuizen of andere vrij levende dieren zo spoedig mogelijk bij ons, en bij twijfel kun je ons bellen voor advies (telefoon: 015 – 21 57 838).
  • Vervoer een gevonden dier liever niet in de hand. Gebruik een doos, handdoek, linnen tas of kattentas. Hiermee voorkom je dat bij het dier te erge shock ontstaat en voor het ontzien van eventuele wonden.
  • De ouders van pas uitgevlogen vogels zijn meestal in de buurt om ze te voeren en te bewaken. Raap het grut dus niet op, maar houd het wel in de gaten.
  • Een jonge vogel heeft de beste overlevingskans, wanneer het grootgebracht wordt door zijn eigen ouders. Probeer eerst het jong terug te plaatsen voordat je besluit het mee te nemen.
  • Probeer een gevonden jong nooit zelf groot te brengen! De kans op mislukken is groot en bovendien zijn de meeste vogels beschermd door de Flora- en Faunawet. Het is verboden om wilde vogels in je bezit te hebben.
  • Laat een nest jonge egels met rust. De moeder komt pas terug als je weg bent. Handel alleen als je zeker weet dat het nest voorgoed verlaten is!
  • Geef een egel nooit melk te drinken, alleen water. De lactose in koemelk geeft ernstige darmklachten bij een egel.
  • Pak nooit een vleermuis met blote handen op, ze bijten uit zelfverdediging! Draag uit voorzorg handschoenen of gebruik een doekje om de vleermuis te pakken.
  • Veel vogels vliegen zich dood tegen ramen waarin de lucht wordt weerspiegeld. Je kunt dit tegengaan door de ramen te voorzien van sticker materiaal (vogelsilhouetten zijn verkrijgbaar bij de Vogelbescherming).
  • In mei, juni en juli kun je het beste je kat ’s nachts binnen houden en de hond aangelijnd houden. Zo voorkomt je dat ze gaan jagen op net uitgevlogen jongen.

Belangrijk!

Heb je een dier gevonden die ziek of gewond is? Bel voor spoedgevallen direct met de dierenambulance in de eigen regio.

Of bel ons voor advies: 015 – 21 57 838